Projecten zijn net zwangerschappen. De één verloopt wat soepeler dan de ander, maar ze doorlopen allemaal min of meer dezelfde stappen. Toch zijn er ook keuzes te maken die het proces in belangrijke mate kunnen beïnvloeden. De belangrijkste heeft te maken met de keuze in hoeverre de business wil “meezwangeren”.

De start is het zoeken van de partner waar het nieuwe “kind” mee gemaakt gaat worden. Veel bedrijven doen dit erg klinisch. De aanbestedingsregels laten dan ook erg weinig ruimte om de “klik” tussen mensen mee te laten wegen. Deze organisaties zoeken met name een “draagmoeder” die uiteindelijk het bedachte resultaat moet opleveren met zo min mogelijk inbreng van de opdrachtgever. Het is dan ook niet vreemd dat na de bevalling de opdrachtgever zich dan ook niet echt “vader” voelt en het systeem warm onthaalt. Vaak ontbreekt het gevoel erbij en is er weerstand bij het gebruik.
Bij een agile aanpak staat het gezamenlijk komen tot een resultaat centraal. Daarom wordt er bij de aanbesteding veel meer gekeken naar de chemie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Is er bij beide partijen het volste vertrouwen dat zij samen iets moois kunnen creëren, iets waar zij trots op zijn en waar zij van overtuigd zijn dat het een belangrijke bijdrage gaat leveren? Beiden zijn tenslotte nauw betrokken tijdens de zwangerschap en beschouwen het project als hun gezamenlijke kindje. Na de bevalling is er dan ook een warme ontvangst en wordt het nieuwe systeem soepel opgenomen binnen de organisatie.
De natuur heeft een zelfregulerend systeem om in de eerste drie maanden in te grijpen als er gerede twijfel is aan de levensvatbaarheid. Dit systeem ontbreekt in grote mate bij waterval projecten. Natuurlijk is het een ongeschreven regel om de meest lastige zaken eerst te doen om zo te bepalen of de doelstellingen haalbaar zijn. Dan zijn er echter al de nodige fasen afgerond en is het project het punt van “no return” al voorbij. Ik zie dan ook zelden dat binnen 30% van de tijd en/of budget het project stopgezet wordt, terwijl er toch voldoende projecten zijn die uiteindelijk niet levensvatbaar bleken te zijn of alleen met veel moeite en dus kosten in leven gehouden kunnen worden.
Binnen agile is het niet ongebruikelijk om al snel, vaak al na 20% van het budget, de gerealiseerde software in gebruik te nemen. Dit geeft de organisatie de kans om eraan te wennen en tot nieuwe inzichten te komen. Er kan nu een keuze gemaakt worden of er verder gegaan wordt en zo ja, hoe dan. De prioriteiten kunnen bijgesteld worden en nieuwe inzichten verwerkt worden.
Ook de bevalling verschilt in grote mate in beide aanpakken. In de “draagmoeder” aanpak is meestal sprake van een “big bang” oplevering. Een bevalling die met veel stress en emotie tot stand moet worden gebracht. Niet zelden doen zich in deze fase de nodige complicaties voor die de uiteindelijke productiegang vertragen. In de “meezwanger” aanpak wordt met enige regelmaat een systeem in productie genomen. Dit levert ervaring met het “bevalproces” op waardoor complicaties eerder opgepakt kunnen worden en de uiteindelijke bevallingen soepel verlopen.
Een project kun je niet uitbesteden en vervolgens je handen ervan af trekken. Je zult als opdrachtgever nadrukkelijk betrokken moeten blijven en alle emotie van de zwangerschap moeten delen. Alleen dan heb je een goede kans op datgene te krijgen waar je als organisatie behoefte aan hebt en wat warm ontvangen wordt door je organisatie.
