Samen zijn dat wil toch iedereen
De derde en tevens laatste pijler onder IHomer die ik wil noemen lijkt op het eerste gezicht alledaags en gewoon. Echter, ook hier is het de schijn die bedriegt. SAMEN, want daar heb ik het over, komt in elke organisatie voor. Waarschijnlijk in veel organisaties met dezelfde intentie echter de praktijk wijst uit dat de verschillen in implementaties groot zijn en variëren van "machtsstrijd" tot "strijdmacht".
Gek eigenlijk, dat samen door veel mensen wordt onderschreven als belangrijk. Samen staan wij sterk en één plus één is drie zijn veel gehoorde uitdrukkingen. Er zijn zelfs songteksten aan gewijd. Hoewel die natuurlijk vanuit een ander samen zijn geschreven blijft de kern wel staan. Hier een mooi voorbeeld van Willeke Alberti:
Â
Samen zijnÂ
Is samen lachen, samen huilenÂ
Leven door dichtbij elkaar te zijnÂ
Samen zijnÂ
Is sterker dan de sterkste stormÂ
Gekleurder dan 't grauwe om ons heenÂ
Want samen zijnÂ
Ja samen zijnÂ
Dat wil toch iedereenÂ
In de praktijk echter wordt samen nauwelijks ingevuld en is het ieder voor zich.
Binnen IHomer hebben wij samen ver doorgetrokken tot aan eigenaarschap aan toe. Wij zijn samen eigenaar van IHomer. Dat schept verwachtingen en verplichtingen. De belangrijkste verwachtingen heeft te maken met de verdeling van de winst. Wij delen gemaakte winsten evenredig over de deelnemers. Niet op basis van bijdrage aan de winst, niet op basis van individueel presteren, maar gewoon evenredig. Er wordt geen onderscheid in het team gemaakt. Een andere verwachting is het hebben van invloed. Dan komen wij gelijk ook bij de verplichting. Je wordt geacht je actief op te stellen, mee te denken en bij te dragen aan de organisatie. Het is tenslotte je eigen organisatie.
Zo hebben wij samen onze arbeidsovereenkomsten opgesteld, samen het business plan en budget gemaakt, samen besloten hoe wij gaan werken en met welke technologieën, methodieken en producten. Daar zijn wij heel ver in gegaan. Vorig jaar september bijvoorbeeld zijn wij met elkaar twee dagen op de hei (eigenlijk aan het strand, maar dat is de uitdrukking niet) gaan zitten en hebben in de vier dagdelen achtereenvolgens een restrospective op wat wij tot op heden gedaan hebben, een beoordeling van elkaar, het opstellen van een business plan 2010 en het opstellen van een budget 2010 uitgevoerd. Elk onderwerp was door een aantal deelnemers voorbereid en werd door hen op de dag zelf begeleid.
Ook het eigenaarschap van diverse processen binnen de organisatie wordt door verschillende deelnemers opgepakt. De een heeft het eigenaarschap voor onze website opgepakt, waar een ander zich verantwoordelijk heeft gemaakt voor kennisdeling of subsidies, of marketingmateriaal, of ons intranet of de infrastructuur en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Ook in kleine zaken als naamgeving hebben wij het doorgetrokken. De term deelnemers is al een paar keer gevallen. IHomer kent geen Medewerkers, maar Deelnemers. Het verschil mag onbeduidend lijken, maar de naam Deelnemer geeft substantieel veel beter aan wat wij van elkaar verwachten. Samen gaat ook maar tot een bepaalde omvang goed. Het voormalige BSO hield een maximum van ongeveer 40 mensen in een cel aan. Bij het voormalige CMG was dat aantal 70 mensen. Wij denken dat bij onze manier van samenwerken dit maximum al bij 20 ligt. Boven de 20 loop je het risico om meerdere groepjes en verwijdering. En wij denken dat 20 een mooi aantal mensen is om een gezamenlijke ambitie invulling te geven.
Behalve de meer materialistische en procesmatig invulling van "samen" zijn met name ook de persoonlijke eigenschappen belangrijk. Iemand die samen wil werken moet in staat zijn zichzelf weg te cijferen voor het team. Moet respect tonen voor anderen en openstaan voor nieuwe ideeën. Deze eigenschappen worden verankerd in de cultuur te starten natuurlijk bij het aanname proces. Daarom vinden wij het belangrijk dat wij mensen goed kennen voordat zij de stap naar deelnemer kunnen maken. Verder is samen één van de belangrijke criteria als wij elkaar weer beoordelen. En minstens zo belangrijk, samen wordt ook door het team in stand gehouden en indien nodig gecorrigeerd. Of zoals Lance Armstrong gevat opmerkte toen Contador hoog van zichzelf opgaf na een door hem gewonnen etappe "there is no I in Team".
